Als ik één techniek zou moeten noemen die het boegbeeld van bushcraft is, dan is dat toch echt de vuurboog. Niet dat het een erg efficiënte manier van vuur maken is, maar goed: vuur maken met niets dan een paar houtjes en een koord geeft je wel een hoop voldoening. Hieronde de tips die René gaf tijdens de Basiscursus en mijn eigen ervaringen.
Hoewel er veel theorieën zijn over het soort hout dat je moet gebruiken voor de spil, het plankje en de boog, vertelde René ons dat dat er eigenlijk niet zo heel veel toe doet. Wij hebben onze vuurboog daar gewoon van dennenhout gemaakt.
De spil
Zoek een heel erg rechte, droge tak die ongeveer een duim dik is en ongeveer een handspan lang. Als je je nagel niet in het hout kunt drkken is het hout droog genoeg.
Het plankje
Maak een plankje van een droog stuk hout, 2 tot 3 vingers breed, zo dik als je spil en zeker een voet lang. Maak hier met je mes alvast een kuiltje in, zodat de spil goed op zijn plaats blijft. Wanneer je met de spil een mooi diep kuiltje hebt “geboord”, maak je een scherpe v-vormige insnede in het kuiltje, net niet tot het midden. Hieronder leg je bijvoorbeeld een stukje berkenbast om het kooltje op te vangen.
De boog
Zoek een stuk dood hout dat net buigzaam is. Een fraai gebogen stuk hout is mooi meegenomen, maar niet essentieel. Dit stuk hout met ongeveer van je navel tot het einde van je arm reiken. Maak een koord (nylon of een ander stroef materiaal) vast aan beide uiteinden en span dit flink strak: het koord moet éénmaal om de spil kunnen en dan mag het niet mogelijk zijn om de spil langs je boog te bewegen zonder hem te laten draaien. Tip: draai de spil zo in dat hij aan de buitenkant van de boog zit.
De tondel
Omdat de vuurboog een klein gloeiend kooltje oplevert, moet je een heel droog, pluizig tondel hebben. Gedroogde pluizen van de Lisdodde zijn bijvoorbeeld geschikt. Daaromheen doe je een flinke bal droog gras, om het vuurtje verder te laten groeien.
De techniek
Ga stevig en comfortabel zitten. Voor de rechtshandigen: plaats je rechtervoet op het plankje, dichtbij het gaatje en zorg dat je pols en onderarm stabiel zijn door ze tegen je onderbeen aan te duwen. Begin rustig met “boren” en druk niet te hard op de spil. Pas als de rook wit wordt moet je versnellen en ook meer kracht op de spil gaan uitoefenen. Daarna voorzichtig het kooltje in je tondel leggen en aanblazen tot het vlammetje komt.
En erg belangrijk: niet snel opgeven. Het kost je in het begin zeker wat (bloed) zweet en tranen, maar dan heb je ook wat…




SAS Survival Guide - John 'Lofty' Wiseman






